Refine your search

Search result: 7 articles

x
Article

Access_open Invisible before the law

The legal position of persons with intellectual disabilities under the Dutch Care and Compulsion Act (Wzd) in light of Article 12 of the Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD)

Journal Family & Law, June 2021
Keywords dicrimination, guardianship, incapacitated adults, legal (in)capacity
Authors F. Schuthof LLM
AbstractAuthor's information

    In the Netherlands, the use of involuntary treatment in the mental health care sector is governed by the Dutch Care and Compulsion Act (Wzd). This study examines the legal position of persons with intellectual disabilities under this Act. The Wzd is analyzed in light of the human rights standards of Article 12 of the Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD). The findings of this study show that the Wzd does not meet the standards of Article 12 in several cases. The Wzd does not recognize the legal capacity of persons with intellectual disabilities, it continues to allow for substituted decision-making and support measures are not complemented by adequate safeguards. From a theoretical point of view, an imbalance between the protection of and the respect for the autonomy of persons with intellectual disabilities can be observed. This article formulates several recommendations in order to restore this balance.
    ---
    De Nederlandse Wet zorg en dwang (Wzd) ziet toe op de rechten van mensen met een verstandelijke beperking bij onvrijwillige zorg of onvrijwillige opname. Dit artikel onderzoekt de juridische positie van mensen met een verstandelijke beperking ten aanzien van deze wet. De Wzd wordt geanalyseerd in relatie tot artikel 12 van het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (VRPH). De bevindingen van dit onderzoek laten zien dat de Wzd in verschillende gevallen niet voldoet aan de normen van artikel 12 VRPH. Zo wordt onder andere de handelingsbekwaamheid, ofwel ‘legal capacity’, van mensen met een verstandelijke beperking niet erkend en blijft plaatsvervangende besluitvorming mogelijk. Vanuit theoretisch oogpunt is er sprake van een disbalans tussen de bescherming van en het respect voor de autonomie van mensen met een verstandelijke beperking. Dit artikel doet daarom meerdere aanbevelingen om dit evenwicht te herstellen.


F. Schuthof LLM
Fiore Schuthof conducts research into better empowerment and protection of the elderly as a PhD student at Utrecht University (UU).
Article

Access_open A changing paradigm of protection of vulnerable adults and its implications for the Netherlands

Journal Family & Law, February 2019
Authors H.N. Stelma-Roorda LLM MSc, dr. C. Blankman and prof. dr. M.V. Antokolskaia
AbstractAuthor's information

    The perception of how the interests of vulnerable adults should be protected has been changing over time. Under the influence of human and patient’s rights a profound shift of protection paradigms has taken place in the last decades. In the framework of this shift, in addition to traditional adult guardianship measures, new instruments have been developed allowing adults to play a greater role in the protection of their (future) interests. This has also been the case in the Netherlands, where adults in the course of the last decade have acquired the possibility to make a so-called living will, internationally better known as a continuing, enduring or lasting power of attorney. This article discusses this instrument, in comparison with the traditional adult guardianship measures currently in force in the Netherlands, from the perspective of the new protection paradigm based on a human rights approach.
    ---
    In de afgelopen decennia is de manier waarop naar de bescherming van kwetsbare meerderjarigen wordt gekeken, veranderd. Van een benadering waarbij de focus voornamelijk lag op bescherming is de nadruk steeds meer komen te liggen op het recht op autonomie en zelfbeschikking van de meerderjarige. De opkomst van mensen- en patiëntenrechten heeft geleid tot het ontstaan van een nieuw beschermingsparadigma. In dat kader zijn nieuwe instrumenten ontwikkeld, die meerderjarigen een grotere rol toekennen in de bescherming van hun (toekomstige) belangen. Dit is eveneens het geval in Nederland, waar meerderjarigen een levenstestament kunnen opstellen om voorzieningen te treffen voor een toekomstige periode van wilsonbekwaamheid. Dit artikel bespreekt het levenstestament, in samenhang met de traditionele rechterlijke beschermingsmaatregelen, vanuit het perspectief van het nieuwe beschermingsparadigma.


H.N. Stelma-Roorda LLM MSc
Rieneke Stelma-Roorda is PhD candidate at the Vrije Universiteit Amsterdam.

dr. C. Blankman
Kees Blankman is associate professor at the Vrije Universiteit Amsterdam.

prof. dr. M.V. Antokolskaia
Masha Antokolskaia is professor of family law at the Vrije Universiteit Amsterdam.

    The comparative discussions held during this seminar show that the different jurisdictions make use of – approximately – the same ingredients for their legislation on adult guardianship measures and continuing powers of attorney. Given the common international framework (for example the UN Convention on the Rights of Persons with Disabilities) and given the common societal context (cfr. the strong increase of the ageing population) this may not come as a surprise. Despite these common ingredients, the different jurisdictions have managed to arrive at different dishes spiced with specific local flavours. Given that each jurisdiction bears its own history and specific policy plans, this may not come as a surprise either. The adage ‘same same but different’ is in this respect a suitable bromide.
    For my own research, the several invitations – that implicitly or explicitly arose from the different discussions – to rethink important concepts or assumptions were of most relevance and importance. A particular example that comes to mind is the suggestion to ‘reverse the jurisprudence’ and to take persons with disabilities instead of healthy adult persons as a point of reference. Also, the invitation to rethink the relationship between the limitation of capacity and the attribution of a guard comes to mind as the juxtaposition of the different jurisdictions showed that these two aspects don’t need to be automatically combined. Also the discussion on the interference between the continuing powers of attorney and the supervision by the court, provoked further reflection on hybrid forms of protection on my part. Finally, the ethical and medical-legal approaches may lead to a reconsideration of the traditional underlying concepts of autonomy and the assessment of capacity.


Veerle Vanderhulst Ph.D.
Veerle Vanderhulst works at the Faculty of Law and Criminology, Vrije Universiteit Brussel

    Op 29 september 2015 werd te Antwerpen een studiedag georganiseerd getiteld, ‘Gezinstransities vanuit het perspectief van de kinderen’. Aangezien tegenwoordig steeds meer kinderen opgroeien in een nieuw samengesteld gezin, rijst de vraag hoe kinderen deze nieuwe gezinssamenstelling ervaren en welke functies de verschillende betrokken professionals daarbij vervullen. Tijdens de studiedag stond deze vraag centraal en werd het ontstaan van een dergelijk nieuw samengesteld gezin na echtscheiding vanuit verschillende invalshoeken onderzocht. Daarbij werden de ervaringen met het ouderschapsplan in Nederland eveneens toegelicht, en dit vanuit juridisch en sociologisch standpunt. Vervolgens werden een aantal workshops georganiseerd waar onder meer de pedagogische ouderschapsbelofte met de opvoedingspiramide aan bod kwam, het juridische ouderschapsplan, het plusouderschapsplan, alsook de rol van magistraten in de familie- en jeugdrechtbanken. Tot slot vond een debat plaats tussen verschillende panelleden, zijnde prof. Frederik Swennen, mevrouw Nancy Bleys, raadgever Justitie bij het Vlaams Ministerie van Welzijn, de federaal minister van Justitie, Koen Geens en een jongerenvertegenwoordiger, Thomas van Grinsven.
    On September 29th 2015 a conference was held in Antwerp. The title of the conference was ‘Family transitions from the perspective of the children’. Because nowadays an increasing number of children grow up in newly recomposed families, questions arise concerning the influence of these newly recomposed families on the wellbeing of children who live in these families. Moreover, questions arise about the part which different professionals play within this context. The family recomposition and its impact were studied from different perspectives. Since the Netherlands has introduced an ‘ouderschapsplan’ (‘parenting plan’) some time ago, several findings on such plans were presented from a legal and a sociological perspective. Thereafter, workshops were organised which concerned de ouderschapsbelofte (‘the parental promise’), het juridische ouderschapsplan (‘the legal parenting plan’), het plusouderschapsplan (the ‘plus parenting plan’) and the role played by magistrates confronted with conflicts in the family court. Finally, a debate was held between prof. Frederik Swennen, the Flemish Minister of Welfare, Nancy Bleys, the federal Minister of Justice Koen Geens and Thomas Van Grinsven as a representative of the youth.


Ulrike Cerulus
Ulrike Cerulus is a researcher at the law faculty of Hasselt University (Belgium), where she is preparing a PhD thesis with respect to parental rights and responsibilities within recomposed families.

Charlotte Mol
Charlotte Mol is a student assistant at the Utrecht Centre for European Research into Family Law (the Netherlands).

    Op donderdag 12 en vrijdag 13 november 2015 vond het eerste internationale besloten expertenseminarie van RETHINKIN. plaats te Gent en Kortrijk. Dit seminarie is het initiatief van de Wetenschappelijke Onderzoeks Groep (WOG) RETHINKIN. (Rethinking legal kinship studies in the Low Countries). Deze WOG is het resultaat van de samenwerking tussen enerzijds de Vlaamse Vereniging voor Familie & Recht (V.Fam.) en anderzijds de Nederlandse Alliantie Familie & Recht. Het doel van RETHINKIN. is het herdefiniëren van het familierecht in de Lage Landen (www.rethinkin.eu).
    Op het seminarie debatteerden internationale experten gedurende twee dagen over twee thema’s: de vergoeding van huishoudelijke inspanningen in relaties enerzijds en de zorg voor ouderen anderzijds. Deze topics werden op de eerste dag geanalyseerd vanuit economisch standpunt. Hierna wordt enkel ingegaan op de tweede dag van het seminarie, waarop beide thema’s in juridisch en historisch perspectief werden geplaatst.
    On Thursday 12 and Friday 13 November 2015, the first international closed expert seminar of RETHINKIN. took place in Ghent and Kortrijk. This seminar was an initiative of the Scientific Research Group (WOG) RETHINKIN. (Rethinking legal kinship studies in the Low Countries). This WOG is the result of a cooperation between the Flemish Association of Family & Law (V.Fam.) and the Dutch Alliance Family & Law. RETHINKIN. steers the scientific redefinition of family law in the Low Countries and aims at taking a leading international role in this scientific discussion (www.rethinkin.eu).
    At this seminar, international experts discussed two themes: the remuneration of household production and informal elderly care. On the fhe first day these themes were analysed from an economic point of view. On the second day of the expert seminar, both of the themes were studied from a legal and a historical perspective. In this report, only the second day of the seminar will be discussed.


Katrien De Vos Ph.D.
Katrien De Vos is promovenda aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Katholieke Universiteit Leuven.

    Ter Haar’s thesis is een verfrissende studie. De aanpak is origineel: verschillende thema’s rond het vermogen van een minderjarige worden besproken. De inhoud van het proefschrift bestaat voornamelijk uit reeds gepubliceerde artikelen, met inbegrip van een uitgebreid empirisch onderzoek. Hoewel het vermogen van een minderjarige de rode draad van zijn dissertatie vormt, handelt Ter Haar over veel verschillende aspecten van minderjarigheid: handelings(on)bekwaamheid (vergeleken met het fictieve tachtig-pusbewind), bewind (Boek 1 en Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek), ouderlijk vruchtgenot, de som ineens, de verjaringstermijn in het kader van vermogensbeheer en de minderjarige in het erfrecht. Naar mijn mening ligt het zwaartepunt van de dissertatie bij het testamentaire bewind, waar Ter Haar een goede analyse maakt van de verhouding tussen het beschermingsbewind van Boek 1 en die van Boek 4 BW. Maar ook de andere hoofdstukken, gevuld met soms prikkelende suggesties, zijn zeer lezenswaardig.
    ---
    Ter Haar's thesis is a refreshing study. The approach is original: different themes surrounding the property of a minor are discussed. The contents of his thesis mainly consist of already published articles, including extensive empirical investigation. Although the minor's property is absolutely the leitmotiv in his thesis, Ter Haar deals with very different aspects of minority: legal (in)capacity (compared with a fictitious eighty-plus administration), administration (Book 1 and Book 4 of the Dutch Civil Code), parental usufruct, the lump sum, the limitation period within the framework of property management, the minor in inheritance law. As far as I am concerned, the centre of gravity of the thesis lies with the testamentary administration under inheritance law, where Ter Haar makes a fine analysis between the administration from Book 1 and that from Book 4. But also the other chapters, filled with sometimes tantalizing suggestions, are very much worth reading.


Prof. mr. Tea Mellema-Kranenburg
Prof. T.J. Mellema-Kranenburg is a senior lecturer at the Faculty of Law (Institute for Private Law, civil law section) of Leiden University.

    In deze bijdrage wordt op experimentele wijze gezocht naar een antwoord op de vraag wat de rechtvaardiging is van de beperking van de handelingsbekwaamheid van de minderjarige en het het bewind over zijn vermogen. Bij wijze van experiment wordt een fictieve regeling in het leven geroepen, het zogenaamde tachtigplusbewind. Op grond van deze regeling wordt eenieder die de tachtigjarige leeftijd passeert van rechtswege beperkt in zijn handelingsbekwaamheid en verliest hij het bewind over zijn vermogen. Vervolgens wordt de vraag gesteld waarom een dergelijk tachtigplusbewind niet wenselijk is en de bescherminsgmaatregelen die minderjarigen treffen wel. Deze bijdrage is een onderdeel van een breder dissertatieonderzoek met als titel 'Minderjarigen en (de zorg voor hun) vermogen.'
    ---
    This contribution seeks, in an experimental manner, to find an answer to the question of what is the justification for restriction on the capacity of the minor and the administration of their assets. By way of experimentation, a fictitious arrangement is created, the so-called ‘eighty-plus-fiduciary-administration’. Under this scheme, anyone who is over the age of eighty will have their legal capacity limited, and lose control of their assets. The question then arises as to why this eighty plus rule is not desirable whilst the protective rules for minors are widely accepted. This contribution is part of a wider dissertation research entitled ‘Minors and (the care of) their assets’.


Mr. Hans ter Haar
Hans ter Haar is a lecturer in notarial law at the University of Groningen.
Interface Showing Amount
You can search full text for articles by entering your search term in the search field. If you click the search button the search results will be shown on a fresh page where the search results can be narrowed down by category or year.